ALKMAAR – AZ wil de komende jaren de werking van de jeugdopleiding nog meer intensiveren. Daarvoor stelde de club met Marijn Beuker een beleidsmedewerker aan die samen met Hoofd Jeugdopleiding Aloys Wijnker de koers van de komende jaren in een nieuw beleidsplan heeft gegoten. “De AZ-jeugdopleiding moet een merk worden dat staat voor succes en een reële kans om het tot profvoetballer te schoppen”, stelt Wijnker.
Voor de buitenwereld valt en staat het slagen van de jeugdopleiding met het aantal spelers dat via de opleiding instroomt in het eerste elftal. Toegepast op AZ is die score vooralsnog erg laag. Enkel de naam Ruud Vormer verscheen vorig seizoen in een reeks wedstrijden op het wedstrijdformulier. “Toch valt het succes van de opleiding uit meerdere factoren af te leiden”, vindt Wijnker. “Natuurlijk is het doel voor ons om spelers AZ1 te laten halen, maar de opleiding is en moet meer zijn dan dat.”
Wijnker verwijst daarbij naar het aantal spelers dat regelmatig opgeroepen wordt voor diverse vertegenwoordigende elftallen en het de spelers die via AZ profvoetballer zijn geworden. “Dat zijn er 47 en daar tel ik dan gemakshalve Vincent Weijl en Oguzhan Ozyakup ook bij, die toch via AZ de weg naar Liverpool en Arsenal hebben gevonden. Ook dat is een succes van de jeugdopleiding. Net zoals niemand weet dat 35 procent van onze spelers opgeroepen wordt voor de districtselftallen of de nationale jeugdelftallen. Daarom willen we ons als merk in de toekomst meer profileren. Zodat spelers en ouders weten en beseffen dat AZ hen een uitstekende opleiding tot profvoetballer kan aanbieden.”
Aan één zeil trekken AZ beschikt al over een zeer professionele jeugdopleiding maar wil in de toekomst nog extra stappen zetten om deze te verbeteren. Daarvoor past AZ in de AZ Voetbalvisie de tools toe die nu nog voornamelijk in het bedrijfsleven worden gebruikt. Deze moeten de trainers en de spelers een houvast geven en duidelijkheid scheppen in de werkwijze.
Belangrijk aspect daarin was het ontwikkelen van een duidelijke vastomlijnde voetbalvisie. “Die was er al bij AZ, maar die had een wat zweverig karakter”, vindt Wijnker. “Bedoeling is dat we allemaal dezelfde visie nastreven. We dachten vroeger van elkaar dat we dit al deden, maar was dit werkelijk ook zo? Op grote punten was er overeenstemming. Toch zal bijvoorbeeld een trainer van de C-junioren over bepaalde onderdelen misschien anders denken dan die van de A-junioren. Met dit plan zitten we op dat vlak nu nog meer op één lijn.”
Bij het opstellen hiervan speelde Beuker een grote rol. De dit jaar aan de Johan Cruijff University afgestuurde sporteconoom/marketeer ontwikkelde dit beleidsplan en is vanaf vorig seizoen in dienst voor de verdere uitwerking en opvolging. “Het belangrijkste was dat we samen met alle trainers tot één visie kwamen”, legt Beuker uit. “Het is niet zo dat ik het beleid bepaal. Ik reik enkel de instrumenten aan om het te concretiseren.”
Leerplan “En dat is nu net de kracht”, vult Wijnker aan. “Het is iets van ons allen waardoor we meer door dezelfde bril kijken in de beoordeling. Vroeger kon het bijvoorbeeld zo zijn dat trainers verschillende eisen stelden bij een bepaalde positie. De ene wil bijvoorbeeld dat zijn rechtsachter vaak mee opkomt, terwijl een andere dat liever niet heeft. Nu zijn de taken per positie duidelijk afgebakend, waardoor het ook meetbaar wordt. Wordt er daarvan afgeweken, dan kan er ook worden ingegrepen.”
Uiteindelijk is het doel om een soort leerplan te hebben zoals dat al jaren geldt in het onderwijs. “Daar is ook duidelijk afgebakend wat een leerling in groep 1 aan wiskunde moet kunnen en tot wat hij later in groep 2 in staat is. Dat is bij onze spelers ook zo. Aan een D-pupil worden andere eisen gesteld dan aan een A-junior.” Door het opnemen van meer details kan er ook veel kritischer naar gekeken worden.
De voetbalvisie is uitgewerkt in vier stappen waarbij een duidelijke afbakening is gemaakt. De eerste stap bepaalt het spelsysteem (1-4-3-3 of 1-4-4-2) en de taken en verantwoordelijkheden per team, linie en positie. Stap twee legt de nadruk op de vaardigheden per speler per positie. Er wordt duidelijk en helder omgeschreven wat de specifieke eisen zijn voor een bepaalde positie. Stap drie staat voor de opleidingsdoelstellingen per leeftijdscategorie. In stap vier worden de eindtermen beschreven en onderzocht waar de spelers per categorie aan moeten voldoen.
Mentaal Ook op mentaal vlak wil AZ in de toekomst een ontwikkeling doormaken. De club onderzoekt momenteel hoe het dit gedeelte meetbaar kan maken. “De vraag die wij ons stellen”, verduidelijkt Wijnker, “is of wij op jonge leeftijd al bepaalde conclusies kunnen trekken. Bij vele zaken hebben we een gevoel, maar dat is niet genoeg. We willen weten of we van kinderen op jonge leeftijd al kunnen zeggen of ze over de juiste mentale eigenschappen beschikken om het te maken. Of het bijvoorbeeld zin heeft om door te gaan met een jongen van 13, die heel talentvol is op technisch gebied, maar mentaal op bepaalde onderdelen tekort schiet.”
Bij AZ leidt dat momenteel tot drie basiseigenschappen: intrinsieke motivatie, leervermogen en richting houden. “Pas je die drie eigenschappen toe op de spelers van Oranje of van AZ, dan zie je dat ze er allemaal aan voldoen. Kijk maar naar Van Nistelrooij. Die is echt, leergierig en is altijd bezig geweest om zich te verbeteren.
Toch behelst het nieuwe beleidsplan van de AZ-jeugdopleiding meer dan de AZ Voetbalvisie alleen. Met videoanalyses, audits, tevredenheidsonderzoeken en individueel gerichte teamtrainingen wil AZ de opleiding nog meer optimaliseren. Zo maakt de club vanaf dit seizoen gebruik van een veel in het bedrijfsleven gebruikt instrument als het POP, bij AZ SOP (Spelers OntwikkelingsPlan) genoemd. Daarin wordt per speler gekeken waar de persoonlijke doelstellingen en verbeterpunten liggen. “Uiteindelijk betekent dit dat ook de speler een beter beeld van zichzelf krijgt en zichzelf gaat beoordelen, waardoor ze meer betrokken worden bij hun opleiding omdat ze zelf over hun ontwikkeling moeten gaan nadenken”.
Met het in de markt zetten van het ‘merk’ AZ-Jeugdopleiding wil AZ in de eerste plaats aantonen over een professionele opleiding te beschikking waarbij de kans tot slagen ruim aanwezig is. Verder hoopt AZ de aantrekkingskracht op jeugdspelers in de regio, bij andere BVO’s en in het buitenland te verhogen zodat de grootste talenten bewust voor een opleiding tot profvoetballer kiezen bij AZ. Het grote doel blijft uiteindelijk het laten doorstromen van eigen opgeleide spelers naar het DSB stadion.
Volgende week deel 2: individueel gerichte trainingsmethoden.
|